Per papier de termijn, wie hem afgeeft en waar het staat. Soms bestaat er geen termijn, en dan staat er wat er in plaats daarvan geldt.
Hangt af van brandstof, gewicht en leeftijd.
Benzine of elektrisch: de eerste keuring na vier jaar, daarna elke twee jaar tot de auto acht jaar is, en daarna elk jaar. Diesel: de eerste na drie jaar en daarna elk jaar. Boven 3.500 kilo: de eerste na een jaar en daarna elk jaar. Vier bussen van verschillende leeftijd lopen dus op vier ritmes.
Het diploma een jaar. De wet noemt geen termijn.
Die twee spreken elkaar niet tegen: het jaar is een afspraak van de uitgever, en de Arbowet vraagt een uitkomst in plaats van een rooster.
Vijf jaar.
Met een urennorm eraan vast: je moet aantonen dat je in die vijf jaar genoeg uren in je beroep hebt gewerkt. Te weinig uren en de registratie vervalt, ook als je gewoon aan het werk bent.
De wet zegt minimaal elke twee jaar, de norm zegt jaarlijks.
En het zijn niet één maar vijf datums: jaarlijks onderhoud, uitgebreid onderhoud na vijf jaar, revisie na tien, uitgebreid na vijftien, en na twintig jaar gaat hij eruit. Die laatste staat op geen enkele agenda.
Zelfde bodem als de draagbare: minimaal elke twee jaar.
Het onderhoud staat in een eigen norm, NEN 2659, en gaat net als bij de draagbare via een REOB-erkend bedrijf.
Onderhoud volgens NEN-EN 671-3, via een erkend bedrijf.
Een haspel is geen blustoestel, dus de tweejaarstermijn van blussers geldt hier niet zonder meer. Wat voor jou geldt staat in je onderhoudscontract en in je polis.
Vijf jaar, met 35 uur nascholing erin.
Het is dus geen examen op het eind maar een tegoed dat je opbouwt. Sta je op nul met een jaar te gaan, dan moeten er 35 uur in twaalf maanden.
Vijf jaar.
Verlengen moet vóór de einddatum, en er hoort een vakbekwame vervoersmanager bij. Loopt hij af, dan mag je niet rijden met voertuigen boven de 3.500 kilo.
Er staat geen termijn in de regelgeving.
Het zijn twee certificaten: een persoonscertificaat voor de monteur (BRL 200) en een bedrijfscertificaat voor het bedrijf (BRL 100). De ILT noemt geen geldigheidsduur, dus kijk op het certificaat zelf en bij je certificerende instelling. Zonder geldig certificaat mag het werk niet. Dat is geen boete maar stilstand.
Minimaal eenmaal per jaar door een deskundige.
Elke band, strop en ketting heeft zijn eigen keuring, en ze zijn onderling niet te onderscheiden. Staat er iemand te controleren, dan is de vraag niet of je laat keuren maar of je bij dít stuk het papier kunt vinden.
Vanaf 2 ton bedrijfslast: minimaal jaarlijks.
Bij een mobiele kraan of een torenkraan moet elk tweede jaar een aangewezen keuringsinstelling het doen; de jaren ertussen mag een deskundige het. Elk jaar een keuring dus, maar niet elk jaar dezelfde keurder.
Drie jaar, met minimaal een audit per jaar.
De einddatum is dus niet de enige datum die telt: blijft een tussentijdse audit uit, dan kan het certificaat geschorst of ingetrokken worden en ben je hem kwijt vóór de einddatum.
Geen vast getal. Jaarlijks is het veilige minimum.
Hoe vaak hangt af van hoe hard ze gebruikt worden; de toelichting op het Arbobesluit noemt eenmaal per jaar als veilig minimum. De norm voor ladders en trappen is NEN 2484. Wat het lastig maakt is dat ze er na vijf jaar nog hetzelfde uitzien als na één jaar.
Geen vast interval: het volgt uit je RI&E.
Hoe vaak hangt af van het soort gereedschap en hoe hard het gebruikt wordt. Is er niets vastgelegd, dan geldt jaarlijks. Zolang je RI&E er dus niets over zegt, is jaarlijks de termijn waar je op afgerekend wordt.
Geen vast getal in de wet. Jaarlijks is het veilige minimum.
De norm NEN-EN 50172 schrijft controle en onderhoud voor met een logboek erbij, en de toelichting op het Arbobesluit noemt jaarlijks als veilig minimum. Een noodlamp die het niet meer doet, ziet er precies zo uit als een die het wel doet.
Elke achttien maanden.
Achttien maanden en niet twaalf. Hij valt dus nooit twee keer in dezelfde maand en schuift elk jaar een half jaar op.
Een cyclus van drie jaar.
Met elk jaar een audit en in het derde jaar een herbeoordeling. Het is dus geen datum maar een ritme: wie alleen de einddatum opschrijft, mist de audits ertussen.
Het getuigschrift verloopt niet.
Wat wél een termijn heeft is het halen ervan: de examens moeten binnen vijf jaar afgerond zijn en losse examenresultaten blijven vijf jaar geldig. En het hangt aan een persoon, dus vertrekt je vervoersmanager, dan raakt je Eurovergunning het kwijt en niet hij.
Geen termijn in de regelgeving: de fabrikant bepaalt het.
Dit is een persoonlijk beschermingsmiddel, dus de inspectietermijn én de levensduur staan in de handleiding van de fabrikant. Hier verloopt dus niet het papier maar het ding zelf, en een harnas dat zijn datum voorbij is voelt in je handen precies hetzelfde als een nieuwe.
Een tot drie jaar, met jaarlijks een tussentijdse audit.
Dit is het certificaat van het bedrijf en staat los van de diploma's van je mensen. Je kunt dus een geldig bedrijfscertificaat hebben terwijl de VCA van drie monteurs verlopen is, en bij de poort wordt op dat laatste gekeken.
Tien jaar.
Geen opfriscursus en geen verlenging: daarna opnieuw examen. Tien jaar is juist daarom lastig, want niemand heeft een gewoonte met dat interval.
Drie maanden.
De kortste termijn in deze lijst, en daarmee de enige die vier keer per jaar terugkomt. Je opdrachtgever vraagt erom en wil er een van deze maand, dus een verklaring van vorig kwartaal is net zo onbruikbaar als geen verklaring. De Belastingdienst kan hem elke drie maanden automatisch sturen.
Geen. Een VOG heeft geen vervaldatum.
De beoordeling is een momentopname, dus er staat geen datum op. Wanneer je een nieuwe nodig hebt bepaalt je opdrachtgever of de regeling van het ministerie, en dat is vaak "niet ouder dan drie maanden". Dat is dus een termijn van iemand anders, en die zie je nergens staan.
Per persoon en per machine bijhouden zit in Compleet: € 19 per maand voor je hele bedrijf, niet per medewerker en niet per certificaat. Je hoort het 45 dagen voordat er iets verloopt. De papieren van je bedrijf zelf zijn gratis, dus je kunt eerst kijken of het je bevalt.
Mail hallo@bewys.nl. We zoeken de termijn uit, zetten de bron erbij en voegen hem toe. Dat kost je niets en het scheelt de volgende die ernaar zoekt een middag.